Bellah en Houam

Lang geleden leefde in het dorp Lanniles in het uiterste westen van Bretagne een jonge met de naam Houam Pogamm en een meisje genaamd Bellah Postik. Ze waren neef en nicht. Hun moeders waren elkaars beste vriendinnen. Dus was het niet verwonderlijk dat Houam en Bellah ook veel met elkaar optrokken. Later wilden ze trouwen. Maar helaas, dat feest ging niet door. De moeders stierven en er was geen rooie cent voor een bruiloft. Dus gingen Houam en Bellah als bedienden werken. De wens om te trouwen bleef. Maar dan moesten ze eerst een koe en varken kunnen kopen, vetmesten, verkopen en op zoek gaan naar een stuk land.

Op een dag was Houam het zat. Hij wilde op pad om zijn geluk te beproeven. “De vogels blijven vliegen totdat ze een stuk land met graan vinden. Ik ga net zolang zoeken totdat ik geld heb voor een varken en koe.” Bellah was bedroefd, maar begreep Houam. Voordat hij vertrok, gaf ze hem een magisch mes en een bel. “Het mes beschermt je tegen de bezweringen van tovenaars. De bel vertelt mij als je in gevaar bent. Zelf houd ik deze stok. Daarmee kan ik naar je toe vliegen, als je me nodig hebt.

Houam ging op pad. Via via kwam hij in Pont Aven terecht. Daar hoorde hij twee mannen praten over Groac’h van het eiland Lok. Groac’h bleek een steenrijke fee te zijn, die in het water bij het eiland woonde. Velen waren al naar het eiland gegaan om schatten te vinden. Niemand was ooit terug gekomen. Houam was niet bang. Bovendien, met die schatten zou hij een varken en koe kunnen kopen. Dus zocht hij een schipper, die hem op Lok afzette. Eenmaal daar zag hij op het strand een blauwe roeiboot liggen in de vorm van een zwaan. Hij stapte in en plots ontwaakte de zwaan. Voordat Houam het in de gaten had, zaten ze midden op zee. Hij wilde in het water springen om naar Lok terug te zwemmen. Te laat! De zwaan bracht Houam naar het paleis van Groac’h, dat onder het water lag.

Groac'h
Groac’h – bron: luniversdulfin.over-blog.com

Het zag er prachtig uit. Groac’h lag op een bank van goud. Houam werd verblind door haar schoonheid. “Kom binnen”, zei Groac’h. “Hoe ben je hier gekomen?” Houam vertelde over zijn zoektocht naar fortuin voor de koop van een varken en koe. De fee lachte en zei dat zij genoeg fortuin had, afkomstig van schepen die ten onder waren gegaan. Houam trok zijn stoute schoenen aan en vroeg of hij de helft van haar vermogen mocht hebben. “Dat mag”, zei de fee. “Mijn man Korandon is dood. Als je wilt, zal ik met je trouwen.” Houam stemde toe. Hij vergat Bellah. Hoe kon hij zo’n mooie vrouw met fortuin weigeren?

Groac’h riep haar personeel bijeen om alles rond het huwelijk te regelen. Ze gebood Houam mee te gaan naar een visvijver bij het paleis. Om haar middel zat een net, wat ze loskoppelde en in het water gooide. “Kom advocaat, kom zanger, kom molenaar, kom kleermaker!”, riep ze. Toen er vier vissen in het net zaten, liep ze naar de keuken en gooide ze in een gouden pot op het vuur. Boven het borrelen van het water uit hoorde Houam gefluister van stemmen. Wat vreemd! Iets leek er mis te zijn. Plotseling moest hij aan Bellah denken. Hoe kon hij haar zo snel vergeten? De fee diende de vis op en ging wijn halen in de kelder. Houam pakte het mes dat hij van Bellah gekregen had. Toen het mes de vis raakte, werd de betovering verbroken en stonden er vier mannen voor Houam. “Red ons!”, riepen ze uit. “Heb ik jullie stemmen gehoord?”, vroeg Houam aan de mannen. Dat bleek het geval. De mannen vertelden Houam dat ook zij naar Lok waren gekomen om een fortuin te zoeken. Ook zij hadden een aanzoek van Groac’h gehad. Net na de ceremonie waren ze veranderd in vissen, zoals zoveel mannen voor hen.

Geschrokken sloeg Houam op de vlucht, maar Groac’h had alles gehoord en wierp plots haar net over zijn hoofd. Houam veranderde in een kikker en werd in de vijver gezet. Ook de mannen werden weer vissen. Op hetzelfde moment hoorde Bellah aan de andere kant van Bretagne een bel rinkelen. Houam was in gevaar! Ze pakte haar stok, sprak een spreuk en… de stok veranderde in een paard. Bellah sprong op zijn rug en razendsnel gingen ze op weg. Bij ‘De rots der herten’ stopte het paard. Hij kon het obstakel niet nemen. Bellah sprak weer een spreuk en… het paard veranderde in een vogel. Gezeten op de rug van de vogel vloog Bellah naar de top van de rots. Daar bevond zich een nest met… een kleine man erin. “Wie bent u?”, vroeg Bellah. “Ik ben de echtgenoot van Groac’h van het eiland Lok”, zei de man. “Dankzij haar ben ik hier. Ik zit op zes eieren van steen en ben pas vrij als ze uitgekomen zijn. Kom jij mij redden? Dan ook zul je Houam redden.” Dat wilde Bellah wel, maar hoe? De kleine man wist daar het antwoord op. Bellah moest zich verkleden als jonge man, naar Lok gaan en het net dat om het middel van Groac’h hing, pakken en vervolgens om haar hoofd gooien. Groac’h zou dan voor eeuwig opgesloten zitten. De man trok drie rode haren uit zijn hoofd en blies er op. Het volgende moment veranderden de haren in kleermakers die de ‘outfit’ voor Bellah maakten.

Op de rug zittende van de vogel, ging Bellah op pad naar Lok. Eenmaal daar beval ze de vogel zich te transformeren in een stok. Met de stok in de hand stapte ze in de boot naar het paleis. Ook Bellah was van harte welkom. Toen ze het magische mes van Houam zag liggen, verstopte ze het snel in haar jas. Zoals verwacht, kreeg Bellah een aanzoek van Croac’h. “Prima”, zei Bellah. “Ik wil met je trouwen, maar mag ik dan eerst een van de vissen uit je vijver vangen?”. De fee ging akkoord, pakte het net van haar middel en gaf het aan Bellah. Heel snel gooide Bellah het net over het hoofd van de fee… die in een pad veranderde. Plots zag Bellah een kleine kikker en wist gelijk dat het Houam was. Met het stokje veranderde Bellah de vissen weer terug in mannen en ook Houam werd weer Houam.

Niet veel later arriveerde de kleine man van ‘De rots der herten’. Zijn wagen werd getrokken door zes kevers, die ooit zes stenen waren. Hij was zo blij dat Bellah de betovering verbroken had, dat hij haar en Houam aanbood zoveel goud en juwelen te nemen als ze wilden. Toen hun zakken vol waren, beval Bellah haar stok te veranderen in een grote wagen en hen samen met alle mannen terug te brengen naar Lanilles.

De volgende dag trouwden Houam en Bellah. Ze kochten een stuk land om op te wonen. Een vetgemeste koe en varken hadden ze niet meer nodig. Alle geredde mannen kregen een perceel met een boerderij. Zo leefden ze allemaal nog lang en gelukkig.

 

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *