Dwerg

Heel lang geleden leefde er in Bretagne een rijke, gierige graaf. Van zijn geld kocht hij zoveel land dat hij het terrein niet meer kon overzien. Bang dat stropers en dieven zijn veldvruchten zouden stelen, kwam de graaf op het idee een muur met bovenop ijzeren punten rondom zijn terrein te bouwen. Hij zette zijn lijfeigenen en de smeden aan het werk. De volgende morgen bleek echter al het tot dusver gedane werk vernield te zijn. De graaf was furieus. Hij schold zijn onschuldige lijfeigenen uit en vermaande hen opnieuw te beginnen. Ondertussen liet hij honderd krijgslieden komen die ’s avonds onder aanvoering van een van zijn ridders de muur moesten bewaken. Maar wat een pech, de volgende morgen was het stuk muur dat de lijfeigenen opgebouwd hadden, weer verwoest. Zijn ridder en krijgslieden waren verslagen. Na een dag razen en tieren zond de graaf boden door het land die met trompetgeschal en tromgeroffel bekend maakten dat degene die zou maken dat de muur rondom het gebied van de graaf zonder verdere hindernissen opgebouwd werd, een grote beloning zou krijgen. Helaas, er kwam geen mens. De graaf werd steeds somberder.

Op een dag liep de graaf door zijn tuin en hoorde hij plots een stem zijn naam noemen. Een dwerg kwam tussen twee stokrozen te voorschijn. ‘Heb je mij geroepen, kleine worm’, bromde de graaf. De dwerg knikte, vertelde dat hij Jannik heette en dat hij zou zorgen dat de muur gebouwd werd in ruil voor een grote beloning. De graaf geloofde het kleine ‘gedrocht’ niet en probeerde Jannik weg te jagen. Maar de dwerg hield aan. De graaf stemde uiteindelijk toe en beloofde Jannik zijn hele gebied als het hem lukte de muur te bouwen. ‘Hahaha!’, de graaf bulderde van het lachen.

Sprookje van de rijke graaf, domme reus en slimme dwerg
Sprookje van de rijke graaf, domme reus en slimme dwerg – bron: www.creatiefkarin.nl

De volgende dag stond echter tot verbazing van de graaf het stuk muur nog dat de lijfeigenen hadden opgebouwd. Ook Jannik kwam te voorschijn en zei: ‘Geef me nu maar je gebied, zoals beloofd.’ Maar daar trapte de graaf niet in. De dwerg zou het gebied krijgen als de muur helemaal klaar was. Yannik knikte en verdween om ’s nachts terug te keren naar de muur. Even nadat de klok één had geslagen, zag Yannik plotseling een grote reus die in zijn rechterhand een zware ijzeren knots vasthield. De dwerg kwam te voorschijn en net voordat de reus op de muur in wilde slaan, riep hij: ‘Wat ga je doen?’

De reus keek op en vertelde dat hij de muur ging vernielen. ‘Dan ben je een domme reus’, zei Jannik. Verbaasd keek de reus op. Een dwerg die hem dom noemde? Yannik vervolgde: ‘Als je de muur kapot wilt maken, dan kun je beter wachten tot hij helemaal af is. Dan hoef je het werk maar in een keer te klaren.’ De reus dacht na en moest de dwerg gelijk geven. Hij maakte rechtsomkeert en ging terug naar zijn hol in het gebergte.

Toen de muur bijna klaar was, kwam Jannik te voorschijn en vroeg de graaf of hij zijn belofte wou vullen. Zo niet, dan zou Jannik ervoor zorgen dat de gehele muur in een nacht weer zou verdwijnen. Wat moest de graaf doen? Toen stelde de graaf voor om eerst nog een toren op de ene hoek van de muur te bouwen. Jannik stemde toe. Dezelfde nacht kwam de reus weer aanstappen. Hij wilde de muur voorgoed vernielen. Maar Yannik zat hem op te wachten met een vaatje krachtige wijn. Dat smaakte de reus wel. Toen hij dronken was, haalde Jannik de reus over weer naar zijn hol te gaan. En dat deed de reus. De muur bleef staan en de lijfeigenen konden beginnen met de bouw van de toren.

Voor alle zekerheid ging Jannik de volgende morgen de reus opzoeken in zijn hol. De reus had een kater en was boos. Hij zei tegen Jannik: ‘Goed dat je bij me komt eten, maar als je niet alles opeet, dan eet ik jou op!’. Jannik antwoordde: ‘Prima, dat is dan afgesproken’. De reus stal twee ossen van een boer en begon die te braden boven een houtvuur. Toen het vlees klaar was, kreeg Jannik één van de gebraden ossen. De dwerg vertrok geen spier. Hij had een wijde kiel aangetrokken en elke keer als de reus niet keek, liet Jannik een stuk vlees in boven in de opening vallen. Toen het eten op was, vroeg de reus of Jannik een lederen bal omhoog kon gooien. Jannik knikte en zei: ‘ Ik kan hem zo hoog gooien, dat hij nooit meer terug komt.’ Omdat de reus bang was zijn bal kwijt te raken, verzon hij iets anders. Hij stelde voor dat ze om het hardst zouden lopen. Ook hier stemde de dwerg mee in. Jannik sneed zijn kiel van voren open, zodat al de stukken vlees, die hij erin gestopt had, er uit vielen. ‘Ziezo’, zei hij tegen de reus ‘kom nu maar op!’. De verbaasde reus vroeg wat de dwerg gedaan had. Yannik vertelde dat hij zijn buik had open gesneden omdat hij te veel gegeten had. Hij wilde zich weer lekker voelen. ‘Hmm’, dacht de reus, ‘dat wil ik ook!’. Toen de reus zijn buik open sneed, viel hij meteen dood neer.

De reus was dood. Dat was een hele verlichting voor het land. De reus ontstal de boeren geen vee mee en hij kon de muur van de graaf niet meer vernielen. Alleen ja, toen de toren eenmaal klaar was, moest de rijke graaf zijn belofte wel houden en aan de kleine slimme dwerg zijn gehele bezitting afstaan.

Bron: “Oud-Fransche sagen, volksoverleveringen en sprookjes” bijeengebracht door S. Troelstra-Bokma de Boer. W.J. Thieme & Cie, Zutphen, 1930, p. 340-352.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *