Ploërmel

Een oude vrouw gekleed in lompen nadert de stad Ploërmel in Bretagne. Ze is op zoek naar een onderkomen voor de nacht en wat te eten. Ze klopt op de deuren van rijke huisbezitters. Niemand doet open. Ze is wanhopig. Dan ziet ze een oud, vervallen huisje. Ze waagt nog een poging en jawel, vriendelijke mensen verzoeken de oude vrouw binnen te komen. De oude vrouw krijgt brood en kaas. Een matras van stro wordt tevoorschijn gehaald. Na een goede nachtrust, een kop melk en wat brood, verlaat de oude vrouw de volgende dag de vriendelijke mensen. Na een half uurtje lopen, neemt de oude vrouw een rustpauze. Voor haar ziet ze de weelderige huizen met rokende schoorstenen. De oude vrouw begint te huilen. Ze is intens verdrietig. Verdrietig dat de mensen in die huizen niet van hun naasten houden. Verdrietig ook om het leed van de arme mensen.

Dan begint het te regenen. Uren achtereen huilen de vrouw en de lucht samen. Net zolang totdat de vallei gevuld is met water. De huizen van de rijken, ongastvrije mensen verdwijnen in het water. Het huis van de lieve mensen blijft gespaard. Dan richt de vrouw zich op. Ze is veranderd in een jong meisje. Ze heeft een lelie in de hand. In een krans van licht verdwijnt ze in de mist.

Eeuwen later is het meer van Ploërmel (red: het tegenwoordige Lac au Duc) en de wijde omgeving in het bezit van een rijke, maar ook dappere en aardige prins. Een prins die gek is op mooie gewaden, ornamenten en juwelen van zilver en goud. Maar hoe meer pracht en praal de prins krijgt, hoe angstiger hij is al het moois kwijt te raken. Hoe moet hij zijn schat bewaken?

Het is de avond van de trouwdag van de prins. Een oude man komt binnen. Hij heeft een fluit bij zich en begint te spelen. Prachtige melodieën vullen de zaal. De gasten dromen weg, voelen zich gelukkig, huilen zelfs om hun geluk. Dan stopt de muziek. De hoornen worden weer volgegoten met bier en het feest gaat verder. De prins vraagt of de oude man voor altijd bij hem wil blijven. Dat wil de oude man wel. Avond aan avond praten ze met elkaar. De prins is verbaasd over de wijsheid van de oude man.

Op een dag vertelt de prins de oude man over zijn schat en zijn angst om het kwijt te raken. ‘Laat een draak je kostbaarheden bewaken’, adviseert de oude man. Een draak? Waar haalt de prins die vandaan? Bij het Gallische volk, is het antwoord van de oude man. De buren van de Bretonners. Zo gezegd, zo gedaan. In opdracht van de prins gaat de oude man op pad om een draak te halen bij de Galliërs. Na een jaar keert de oude man mét draak terug. Iedereen is bang voor de draak, behalve de oude man.. die ook met de draak praat en hem vrolijk maakt met deuntjes uit zijn fluit.

Draak, Lac au Duc
Draak, Lac au Duc – bron: www.quizlet.nl

Maar hoe kan de draak de schat bewaken? De oude man is slim. Op het moment dat hij stopt met spelen, hangt hij snel de schat van de prins om de nek van de draak. Dan speelt de oude man verder. Samen met de prins gaan de draak en de oude man op pad naar het meer van Ploërmel. Aangekomen bij het meer, stopt de oude man weer met spelen. De draak springt in het meer en verdwijnt in het water, met de schat. De oude man lacht. Hij pakt wederom zijn fluit en speelt een nieuw deuntje. En jawel hoor, daar is de draak weer! Als het liedje uit is, duikt de draak weer onder. ‘Uw schat zal door de draak bewaakt worden op de bodem van het meer. Wilt u uw schat bewonderen, dan zal ik op mijn fluit blazen. Dan komt de draak te voorschijn met uw schat.’ De prins is verheugd. Eindelijk kan hij zijn angst laten varen. De schat is veilig.

Dan sterft de oude man. Wie fluit nu de draak met de schat uit het water? Geen probleem, de prins heeft nog andere goede fluiters. Maar…. het werkt niet. Welke man ook op de fluit blaast, de draak komt niet te voorschijn. Uit alle hoeken van het land, zelfs uit Gallië – het land van de draak – komen mannen om de draak met hun liederen te verblijden. Maar de draak blijft onzichtbaar en daarmee de schat… tot op de dag van vandaag.

(Verhaal uit het boek ‘Contes et légendes de Brocéliande’, geschreven door Claudine Glot en Marie Tanneux)

’, geschreven door Claudine Glot en Marie Tanneux)

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *