Saint-Jacut-de-la-Mer

Het schiereiland Saint-Jacut-de-la-Mer – dat zich bevindt in het departement Côtes d’Amor en deel uitmaakt van het arrondissement Dinan – was vroeger een echt eiland. Heel lang heeft dit deel van Bretagne van de visvangst kunnen leven, zoals de rogge- en makreelvisserij. Vandaag de dag is het een mooie badplaats met maar liefst elf stranden. Dus, je begrijpt het al, Saint-Jacut-de-la-Mer is heel populair onder toeristen.

Saint-Jacut-de-la-Mer
Saint-Jacut-de-la-Mer – bron: www.le-petitbleu.fr

Nu kan ik in de geschiedenis van Saint-Jacut-de-la-Mer duiken, maar dat doe ik deze keer niet. Nee, ik ga jullie een verhaaltje vertellen. Een verhaal dat uiteraard gaat over de zee bij dit schiereiland, de visserij, vissen en …zee-elfjes. Jawel, zee-elfjes die de gewoonte hebben de vorm van een vis aan te nemen. Want nee, ze willen de vissers niet op stang jagen. Afijn het verhaal. Lees en laat je meevoeren in een onbekende wereld. De wereld van de vissen.

Een visser uit Saint-Jacut-de-la-Mer gaat vissen. Wat moet hij anders? Het zit hem mee. Hij vangt namelijk de koning van de vissen, vermomd als goudvis. Aiaiai… dat is niet de bedoeling! Ons goudvisje smeekt de visser hem vrij te laten in ruil voor dagelijks een net vol met zijn onderdanen, vissen dus. De visser gaat akkoord. En jawel, de volgende dag zit het net van de visser vol met mooie vissen. Maar dan, op een dag, kapseist de boot van de visser in een storm. Plots verschijnt de koning van de vissen. Hij redt de visser. Hoe? Door hem een fles aan de lippen te houden en te laten drinken van een magisch drankje dat ervoor zorgt dat de visser onder water kan leven. Kan dat? Ja, dat kan. De koning van de vissen brengt de visser naar zijn hoofdstad, een plaats vol met pracht en praal; de straten zijn geplaveid met goud en edelstenen. De visser kijkt zijn ogen uit en… wordt hebberig. Hij vult zijn zakken met de kostbaarheden. De koning van de vissen doet alsof hij het niet ziet. Hij vertelt de visser dat deze altijd naar zijn wereld op aarde terug kan keren. De weg staat open. Daar wil de visser dan toch wel gebruik van maken. Hoe het hem ook spijt, want deze vissenwereld is wel erg mooi. Echter, zo zegt de visser, mocht het zo zijn dat vrouw en familie hem als ‘verloren’ beschouwen, dan keert hij terug naar het vissenrijk. Zo gezegd, zo gedaan. De koningsvis roept een tonijn die vervolgens zijn rug kromt, zodanig dat het op een zadel lijkt. De visser gaat op de tonijn zitten en grijpt zijn borstelige vinnen. Echter, net voordat de tonijn met de visser weg wil zwemmen, geeft de koning van de vissen de visser een beurs vol met goud en edelstenen, een onuitputtelijke bron. Dé hint om de visser duidelijk te maken dat hij niet meer welkom is in het mooie vissenrijk, ook al zou hij terug willen keren. Groot gelijk, als ik koning van de vissen was, zou ik dat ook besluiten.

Een mooi verhaal, nietwaar? Dus, als je lekker in de zee aan het zwemmen bent bij Saint-Jacut-de-la-Mer en je voelt wat ‘knabbelen’ aan je tenen, dan kan dat best een van de zee-elfjes zijn. Je weet het maar nooit.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *