Saint Marcel

Oorlog, ik vind het vreselijk. Zo vreselijk dat ik alles negeer wat met schieten te maken heeft. Van een ‘onschuldig’ potje paintballen, het kijken naar oorlogsfilms vol ‘helden’ en het hanteren van waterpistool tot een bezoek brengen aan een oorlogsmuseum. Echter, ruim een jaar geleden vond er een kentering plaats. Een van mijn beste vriendinnen vierde, samen met haar dochters van zeven en elf, vakantie bij ons in Bretagne. Al bladerend door wat folders, riep ze enthousiast dat ze wel een dagje naar het ‘Musee de la Résistance Bretonne’ in Saint Marcel wilde. Samen met mij. No way! Was mijn eerste reactie. Maar volhardend als ze is, wist ze mij te overtuigen. Het zou een goede leerschool zijn voor haar kids. Wat wisten zij nu van de Tweede Wereldoorlog? Ik ging overstag.

Op hetzelfde moment dat de geallieerden in 1944 landden op de stranden van Normandië, daalden Franse parachutisten neer in Bretagne. Ze volgden de weg naar Saint Marcel, waar ze een legereenheid – 2500 vrijwilligers uit het dorp en omgeving, van slager en bakker tot schooljongen – kwamen versterken. De strijd werd gevoerd tegen maar liefst 5000 Duitsers. De gehele dag hielden de Fransen stand, ’s nachts moesten ze echter de strijd staken en zich terug trekken. Maar wat een doorzettingsvermogen – en opoffering – van de inwoners van Saint Marcel! Ze weigerden met trots het juk van de nazi-bezetting. Ongelooflijk.

Saint Marcel
Saint Marcel – bron: stephane.delogu.pagesperso-orange.fr

Gebouwd op dezelfde plek van de gevechten, in een bebost park van maar liefst zes hectare, staat nu dus het ‘Musee de la Résistance Bretonne’, opgericht overigens door voormalige strijders. Het museum is het bewijs van de heldendaden en de offers van de Bretonners onder de bezetting. Op 1500 m2 herleef je de geschiedenis. Maar daarna… ga je naar buiten en dan wacht er een heuse Amerikaanse half-track inclusief chauffeur. ‘Jaaaaaaaaaa…. daar willen we in!’, riepen de kids. Tsja, wat moet je dan? Ik ging mee en zette me schrap voor een tocht door het bos. Dat schrap zetten was niet overbodig. Knal, bump, bots, schreeuw, ahhhhhhhhh… De meiden vonden het geweldig. Ik niet. De half-track hoorde voor mij thuis in het rijtje van paintballen, oorlogsfilms en waterpistolen. Jammer. Want laat ik eerlijk zijn, het oorlogsmuseum ‘an sich’ is inderdaad een goede leerschool. Ook voor mij. Oorlog is vreselijk, laten we dat vooral niet vergeten.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *